Motie interpellatie verkoop panden Koppenhinksteeg

Stemdatum: woensdag 8 juli 2009

Onderwerp: risico’s verkoop vrijplaatscomplex

De Raad van de gemeente Leiden, bijeen in de vergadering van 8 juli 2009,

gehoord hebbende de verschillende discussies over de Vrijplaats Koppenhinksteeg,

gezien hebbende de koopovereenkomst tussen de gemeente en Atrium Vastgoed B.V. over de panden Koppenhinksteeg 2, 4, 6 en Hooglandse Kerkgracht 4,

constaterende dat:

  • het college de eerder beloofde legalisering heeft gestopt vanwege een vermeend financieel tekort van 315.000 euro;
  • de activiteiten van de vrijplaats geheel zijn vergund en in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan, waardoor verkoop niet (publiekrechtelijk) noodzakelijk is;
  • het college een bod van Atrium heeft geaccepteerd van 150.000 euro;
  • de taxatiewaarde (opgesteld door Immo Rijnland in opdracht van Ons Doel) 685.000 euro is;
  • de WOZ-waarde van de panden door het college is bepaald op 1,3 miljoen euro (zie Ruimte en Bereikbaarheid 20 mei 2008);
  • in de koopovereenkomst staat dat de gemeente minstens de eerste 130.000 euro bijdraagt aan de kosten van onderzoek, bodemsanering en asbestsanering;
  • voorts uit de overeenkomst blijkt dat de gemeente onderhoudsplichtig is ten aanzien van de walmuren en daarvoor dus ook kosten gemaakt zullen worden,

 

voorts constaterende dat:

  • op aanwijzen van de gemeente de vrijplaats investeringen in de panden heeft gedaan van 430.000 euro, waarvan zij compensatie eisen, naast herhuisvesting, in een door hun aangespannen bodemprocedure;
  • het college de panden wil ontruimen, dat weer een juridische procedure behelsd en daarmee ook kosten gemoeid zullen zijn,

 

overwegende dat:

  • Ons Doel ook een claim indient/ heeft ingediend voor de door hen gemaakte investeringen á 100.000 euro;
  • het bod laag te noemen is in vergelijking tot de taxatie- en WOZ-waarde;
  • de kosten die de gemeente moet maken om de panden te kunnen leveren ver boven de opbrengst komen,

 

voorts overwegende dat:

  • de overeenkomst die de gemeente heeft gesloten naar alle waarschijnlijkheid ongeoorloofde staatssteun is, wat is verboden in Europese regelgeving;
  • de overeenkomst die de gemeente heeft gesloten hogere kosten met zich meebrengt dan het maximum van 460.000 euro, dat in het collegeprogramma als maximum is aangegeven voor het legaliseringsproces,

 

verzoekt het college:

  • af te zien van de verkoop door in overleg met Atrium Vastgoed B.V. de overeenkomst te ontbinden.